Monday, April 02, 2012

Wat onderbelicht bleef

Onder het motto 'I don't believe in NGO's' (respondent X) proberen veel van de commerciele boeren die ik interview op hun eigen manier een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van hun land. Sommigen hebben een school opgericht, anderen hebben een eigen kliniek en weer anderen onderhouden de lokale weg. Met de werknemers die ze in dienst hebben ondersteunen ze indirect hele families en halve dorpen.

Op bezoek bij een Italiaanse familie in het noorden die met een 25 kilometer lange weg verbonden is aan de enige geasfalteerde weg in de buurt, vertellen ze me honderduit over de vooruitgang die ze de afgelopen 15 jaar langs hun 'oprijlaan' hebben gezien. De aan de weg liggende dorpen, waar veel van hun werknemers vandaan komen, hebben langzaamaan hun lemen hutten vervangen door stenen bouwwerken, hebben scholen gebouwd, akkers aangelegd en vee aangeschaft. Families zijn begonnen hun kinderen naar school te sturen en zijn door hun groeiende inkomen in staat meer van hun gezinsleden gezond te houden met de medicijnen uit de nieuwgebouwde kliniek. Met hun gespaarde loon en op krediet gekregen kunstmest zijn sommige werknemers zelf een onderneming gestart - hun vrouwen verkopen nu tomaten, pompoenen en aardappelen aan de grote weg.

Ondanks de overduidelijke bijdrage die de agro-sector levert aan lokale ontwikkeling, kwamen er de afgelopen twee weken wat barstjes in mijn eerst wat rooskleurige beeld van de Europese ondernemer in Zambia. Veel ondernemers betalen hun werknemers niet meer dan drie dollar per dag, en hun tijdelijke (casual) arbeiders nog minder. De kinderen van hun werknemers gaan vaak niet naar school, maar hangen rond in de dorpjes op de compound.

Vaak kunnen de permanente werknemers gebruik maken van een huis, een stuk land en toegang tot water op het terrein van de boer. Maar omdat het niet hun land is en ze gemakkelijk ontslagen kunnen worden hebben ze weinig incentive om veel energie en onderhoud in het huis te investeren en beschikken ze ook niet over een onderpand om een lening te krijgen. Vaak proberen ze daarom een lening bij de boer te regelen, maar dat is niet altijd mogelijk. Op veel farms zijn de relaties met de werknemers aardig verstoord doordat er veel gestolen wordt door werknemers, leningen niet terug worden betaald of het afgesproken werk aan het eind van de dag maar half gedaan is. Waar werknemers eerst medicijnen, kunstmest, maismeel en transport gratis of voor een gereduceerd tarief kregen, zijn veel boeren daar inmiddels mee gestopt.

Ook de ambities van veel boeren om iets voor de omliggende communities te doen, wordt vaak vroegtijdig om zeep geholpen doordat stropers uit naburige dorpen hun vee stelen, ze door dorpelingen worden bedreigd of overvallen. In een van de commercial farming areas zijn onder de 25 'witte' boerenfamilies in het gebied de afgelopen dertig jaar 7 mensen vermoord, meestal om geld, uit afgunst of door verstoorde relaties. Boeren beveiligen zich daarom goed: met hekken, verschillende wachtposten en een soort burgerwacht van boerenjongens die zo nu en dan de omgeving screenen op mogelijk tuig.


Ook lukt het boeren niet altijd om met het milieu rekening te houden. Veel van de tabaksboeren zijn afhankelijk van brandhout voor het drogen van de tabaksbladeren (zie boven); anderen zijn door hoge arbeidskosten overgestapt op steenkool uit de Chinese mijnen. Gewassen als soya en mais (zie onder) zijn afhankelijk van grote hoeveelheiden kunstmest en chemicalien om optimaal te groeien.


Sommige boeren gebruiken vliegtuigjes om de pesticides over het land te sprayen. Met 5 liter per seconde wordt water uit de grond, een zelfgemaakt stuwmeer of een nabije rivier gepompt om met grote 'center pivots' graan, groentes of soyabonen te irrigeren. Het 'clearen' van grote stukken bush, het stevige watergebruik en het broeikaseffect hebben grote gevolgen voor de lokale weersomstandigheden. Over de afgelopen decennia is het regenseizoen volgens de meeste boeren korter geworden, het aantal regens binnen die periode minder maar intensiever (lange stortregens) waardoor bij elke bui maar een deel van het water door de bodem kan worden geabsorbeerd, het andere deel verloren gaat en onderweg vruchtbare topsoils meespoelt.


Om niet in mineur te eindigen, een leuke anekdote. Toen ik op een lift van een truck terug naar het zuiden stond te wachten, werd ik aangesproken door een jongen van de minibus, die mij probeerde te overtuigen van het feit dat als ik in zijn lege busje zou stappen er binnen korte tijd genoeg andere reizigers zich bij ons zouden voegen, om het busje voldoende op te vullen (vier man op elke rij van drie stoelen) om te kunnen vertrekken. Niet overtuigd door zijn betoog, bleef ik toch even met hem in gesprek, aangezien er in de wijde omtrek niemand te zien was en we dus beide wat tijd hadden te doden. Hij vroeg me waar ik vandaan kwam, ik antwoordde, waarop hij informeerde of dat ergens in de Verenigde Staten was. Terwijl ik hem schetsmatig de kaart van Europa teken op de achterflap van mijn reisgids, zie ik vanuit mijn ooghoek het embleem dat op zijn gladgestreken blauwe overhemd prijkt: het logo van de Nederlandse Spoorwegen.

Sunday, March 18, 2012

Pracht, Praal en Private Sector Development

Ruim drie weken wandel ik nu rond in Zambia: de voormalig Britse kolonie Noord-Rhodesië in het midden van zuidelijk Afrika, bekend om de Victoria Falls bij Livingstone, landlocked, 20 maal zo groot als Nederland en niet meer dan 12 miljoen inwoners, water en vruchtbaar land in overvloed, met nog altijd meer dan de helft van de bevolking levend in extreme armoede.

Tegen alle verwachtingen in richt mijn onderzoek zich juist op een van de rijkste lagen van de bevolking: de Europeanen die hier als boer, manager van een voedselverwerkend bedrijf of supermarkt zijn neergestreken in de decennia na Zambia's onafhankelijkheid in 1964. Hamvraag: hoe draagt hun agri-business bij aan de sociaal-economische ontwikkeling van dit land? En daaraan gelinkt: wat betekent hun Europees-zijn voor de manier waarop zij business doen? Waarin onderscheiden zij zich van de Zambiaanse managers in de agro-sector, de 'white Zambian' commercial farmers, de Zimbabweanen, Indiers, Chinezen en Zuid-Afrikanen die hier aan het hoofd van een bedrijf staan?

Veel van mijn respondenten hier zijn het over een ding eens: de veertig jaar aan ontwikkelingwerk door NGO's, westerse overheden en intergouvernementele organisaties heeft Zambia weinig tot niets opgeleverd. In hun ogen is de voornaamste aanjager van de aanhoudende economische groei van het afgelopen decennium (die overigens gepaard ging met een sterk groeiende inkomensongelijkheid) niet de Westerse hulp of de Zambiaanse overheid naar de stijgende wereldprijs van koper, Zambia's belangrijkste exportproduct.

Als wij als Europeanen al ergens een bijdrage hebben te leveren, zo is hun redenering, dan is het door de 'spinn-offs' en andere indirecte effecten van de private sector: het creeeren van werkgelegenheid, het overdragen van kennis, het slaan van putten, het bouwen van een school of kliniek, het betalen van een bovengemiddeld loon en het huisvesten van complete families door Europese werkgevers.

De meeste ondernemers die ik interview hebben een riant huis, een aantal Zambianen voor het huishouden, een goedgevulde boekenkast en een zwembad in de tuin. Zo ook de Nederlandse ondernemer die mij op een Hollandse borrel een logeerplek (zie foto's onder - de pippi langkous veranda met paard ligt voor mijn deur) in een huis in zijn achtertuin aanbood.


Hoewel de gemiddelde Europese ondernemer hier steen en been klaagt over Zambianen die hun eigendom (geld, machines, vee) stelen, zich tegen roofmoorden beveiligen met kluizen, stalen deuren, wapens en honkbalknuppels en foeteren over corrupte ambtenaren die boetes en fees uit hun duim zuigen (een ondernemer die mij terugbelde vroeg argwanend of ik soms van de politie was) overheerst bij mij het gevoel dat mijn respondenten heel begaan zijn met hun werknemers, het welzijn van de dorpelingen om hen heen, het milieu, hun Zambiaanse aanleveranciers en met de toekomst van Zambia in het algemeen. De komende weken moeten uitwijzen of mijn eerste indruk representatief is voor de hele onderzoekspopulatie - en wat de kansen zijn voor het ondersteunen van de private sector hier als een aanvulling of alternatief voor de traditionele ontwikkelingshulp die - ook in Nederland - steeds meer onder vuur ligt.

Wednesday, June 15, 2011

Nog eentje dan


Nog een vulkaanplaatje. Het ziet er naar uit dat ik vannacht gewoon kan vertrekken, morgen om 16.30 weer in Amsterdam

Tuesday, June 14, 2011

Laatste update: twee dagen langer in Uganda

Het vliegtuig richting Istanbul kon niet vliegen vanwege deze aswolk die zich gisteren over heel Oost-Afrika uitspreidde:

Oorzaak is de uitbarsting van de vulkaan Dubbi in Eritrea, die voorafgegaan werd door verschillende middelzware aardbevingen in een dunbevolkt gedeelte van het land. Met een beetje geluk is de lucht morgennacht schoongewaaid, zodat ik donderdagmiddag op Schiphol kan landen..

Meer uitleg over de gebeurtenissen:



Laatste dag: presentaties en rituele verbranding

Vandaag drie presentaties gehouden om de voorlopige resultaten van mijn onderzoek te delen met de organisaties waar ik mee heb samengewerkt:


  • Bij SNV, de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie waar ik stage loop. 1o mensen aanwezig, veel nuttige vragen en suggesties voor mijn bachelorscriptie!

  • Daarna naar Heifer International, de organisatie verantwoordelijk voor de implementatie van het Uganda Domestic Biogas Programme: 15 mensenCC bij elkaar, veel mensen geinteresseerd gevonden in het uiteindelijke rapport!

  • Tot slot een bezoek aan Makarere University, bij het onderzoekscentrum CREEC (Centre for Research in Energy and Energy Conservation), een flink kritisch publiek, maar erg nuttige tips

Mensen waren erg blij met de google- kaartjes in mijn presentatie, die ik had gemaakt met de GPS unit die ik kon lenen van het biogas-programma. Misschien leuk om ook hier even te delen:


Mukono district: Kigombya & Kilangila

Kapchorwa district: Kapchebut en omliggende dorpen

Mbarara district: Nyakayoso, Ndeija & Rwampala sub-county

Alle 400 flipchart-vellen van de drie village meetings zijn nu in de computer ingevoerd: reden om het hele pakket ritueel te verbranden op de vuurplaats van het guesthouse waar ik verblijf. Een welverdiend biertje en een lange avond met alle mensen die ik gedurende de afgelopen weken in Kampala heb ontmoet.

Wat doen al die Ugandezen toch in Denemarken?



Village meeting nummer 3: Mbarara

De mensen die ik interview in Mbarara district zijn rijk, ze hebben 20 tot 80 koeien, een grote extended family, zonnepanelen, enorme stukken grasland en een hoop werknemers, werksters en ander soort hulpen. Hun grootste probleem is het dagelijkse bijvullen van de biogas-installatie. Vaak zijn het de werknemers of de jongens die het vieze werk van het mengen van de mest met water doen. Het zijn echter de vrouwen die het meest gebruik maken van biogas om op te koken en het direct merken als er de vorige dag niet goed bijgevuld is. Vaak volgen de mestmengers de instructies van de eigenaar niet goed op en omdat ze zelf het resultaat niet zien van hun halve werk (minder gas) hebben ze weinig incentive om meer en beter de mest te mengen.












De village meeting die ik in dit district organiseer, is een moeilijke opgave. De mensen die ik bij elkaar wil hebben wonen soms wel 15 kilometer uit elkaar, kennen elkaar nauwelijks en hebben veel andere verplichtingen. Uiteindelijk lukte het vandaag om 20 mensen bij elkaar te brengen in een basisschool ergens in het midden van mijn onderzoeksgebied.






Met auto’s en boda-boda’s druppelen de mensen langzaam binnen op het terrein van de 800 leerlingen tellende school. Overal op het terrein zijn bordjes opgehangen, om de kinderen van immoreel gedrag te weerhouden. Een aantal ervan wil ik jullie niet onthouden:








De village meeting zelf gaat goed: mensen schrijven een hoop ervaringen op en ook de lokale autoriteiten doen actief mee. Aan de muur hangen grote vellen met zelfgemaakte kaarten van Uganda en tekeningen van lokale dieren. Een restaurant van een dorp in de buurt heeft voor de deur van het lokaal een kleine charcoal-stove geimproviseerd om de thee op te warmen en de chapati te bereiden. Voor ik het weet is de dag om, zit iedereen vermoeid aan een laatste kop thee en is mijn veldwerk in Uganda voorbij.




Buren in Mbarara

Ik verblijf hier in een goedkoop hotel tegen de rand van het uitgaanscentrum van Mbarara, een van de grootste steden in het westen van Uganda. Elke middag, als ik terugkom van mijn onderzoek, staat een hele groep verdwaasde Somaliers te wachten op wat komen gaat. Met busjes, vrachtwagens en bestelbusjes worden ze naar mijn hotel gebracht. Vaak staan ze in groepjes, mannen en vrouwen apart, wat grappen te maken, iets te eten of heftig te discussieren. Mijn tolk vertelt dat Somalische vrouwen de mooiste en tegelijkertijd de lastigste vrouwen op dit continent zijn. Als ik hem vraag wat zoveel Somaliers doen in het westen van Uganda, legt hij uit dat mijn hotel een tussenstop is voor redelijk welvarende vluchtingen uit de onrustige delen van het instabiele Somalie. Als ik de volgende ochtend mijn mierzoete melk-thee met chapati’s naar binnen werk, bekijk ik ze wat beter en vraag ik me af waarom ik de wanhoop in hun ogen niet eerder herkend had.

Biogas als status-symbool

Meneer Kabegambire laat vol trots zijn biogas fornuis zien:

Hun werkster kookt de meeste gerechten echter nog vrolijk op hout
Wel hebben ze een energie-efficient houtfornuis geinstalleerd


Maar dat voorkomt niet dat de werkster last van haar ogen en longen heeft

Op een vruchtbare heuvel in onderzoeksgebied nummer drie

Bright, mijn tolk in het westen van Uganda, zit naast me op een van de dertig stoelen die in deze woonkamer netjes staan opgesteld. Op de geinterviewde na is de kamer verder leeg; de stiltes tussen de vragen en antwoorden zijn zwaar. De vrouw die we interviewen over haar biogas installatie is ongetwijfeld de oudste persoon die ik in Uganda ontmoet heb. Ze vertelt dat ze moeite heeft om voldoende mankracht te organiseren om de installatie dagelijks aan te vullen met de 60 kilo mest die het gaspeil hoog moet houden. Benieuwd naar de reden vraag ik door: de vrouw heeft een enorm huis, het grootste formaat biogas digester, de meeste koeien van het dorp en een stuk land zo groot als ik alleen nog bij flinke extended families heb gezien .
Ze wijst op de marmeren blokken in de tuin en vertelt een schokkend verhaal. Al haar drie zoons en haar man zijn vermoord bij een aanval op hun huis door een groep mannen die uit waren op hun geld. Ze is alleen over met haar vijf kleinkinderen, die te klein zijn om al het werk op haar land te doen.

Slavinnen

Terwijl ik wacht op de bus die me vannacht terug naar Kampala zal brengen, raak ik in gesprek met de dienstdoende politie-agent, die in deze late uurtjes het kantoor bemant waar de bus voor veiligheidsredenen vlak naast is geparkeerd.
In eerste instantie vertelt hij me dat deze regio erg rustig en vriendelijk is, en dat hij als West-Ugandees verrast was door de gastvrijheid van dit oostelijke bergvolkje.
Als ik hem wat vragen stel over de ontwikkelingen waar ik over gelezen heb (de ontbossing in het national park; de veerovende nomaden, de toenemende armoede en de besnijdenis van meisjes) stelt hij het eerder geschetste beeld wat bij.
De politie heeft het in deze regio toch aardig druk: mensen die illegaal hout kappen worden gevangen gezet of krijgen een boete, er is veel huiselijk geweld waarbij vrouwen het slachtoffer zijn; de besnijdenis van meisjes is onlangs bij wet verboden maar komt ondanks arrestaties van de daders nog her en der voor. Al pratend komen we op de positie van vrouwen en het gedrag van mannen in deze regio. Mij was het al opgevallen dat vrouwen hier weinig vrijheid hebben: ze koken, maken thee, werken op het land, brengen de man schone sokken, wassen hun handen en knielen voor elke man die ze begroeten. De politieman vertelt dat de mannen hier heel anders zijn dan elders in Uganda; in plaats van zaken af te stemmen met hun partner doen ze niet anders dan bevelen. Ze beschouwen hun vrouw als eigendom, waar ze voor betaald hebben door een enorme bruidsschat (een aantal koeien op zijn minst) aan de vader van hun bruid te betalen. Vanaf de bruiloft hebben ze het idee dat ze alles met hun vrouw kunnen doen wat ze willen. De mannen die er meerdere vrouwen op na houden zijn het ergst, vertelt hij. Terwijl deze heren de gezinnen die ze gecreëerd hebben verwaarlozen, verlangen ze wel dat ieder van hun vrouwen hen in al hun behoeften voorziet. Hun vrouwen zijn hun slavinnen, verklaart de politie-agent stellig, voordat ik hem een goede nacht wens en de nachtbus in stap.

Tien dagen geen mzungu te zien

Ik realiseer me vandaag opeens dat ik al 10 dagen geen Europeaan, Aziaat of Amerikaan gezien heb. Ik loop al tien dagen tussen alleen maar Ugandezen, en dat bevalt eigenlijk heel goed.
Mzungu, heb ik me vandaag door een oud heertje in driedelig pak laten vertellen, is een woord uit het Swahili, dat letterlijk ‘zij die altijd rondreizen’ betekent. Een beschrijving waar ik me wel mee kan identificeren, geloof ik.

Boscorruptie

De leraar van het dorp waar ik onderzoek doe vertelt me dat vlak voor de presidentiële verkiezingen het national park twee dagen per week werd opengesteld om hout te kappen. Dit was een maatregel van Museveni om sympathie en daarmee stemmen te winnen. Vlak na de verkiezingen werden de regels weer aangescherpt: hoge boetes moesten overtreders ervan weerhouden opnieuw illegaal het tropisch bos te betreden voor hun energiebehoeftes.

Moeilijke vragen

‘Mr Just, from what state in America is Masterdam the capital?’

Dictatorhumor

Elijah vertelt me een sterk verhaal over Uganda’s beruchte dictator Idi Amin. Op een dag nodigde Amin een Europese delegatie uit hem te bezoeken in een van zijn villa’s. In dit huis had hij een Afrikaans formaat deur (schouderhoogte voor Europeanen) laten maken. Toen de Europese delegatie naar het huis werd geleid, werden ze gevraagd door die deur te gaan om daar de Ugandese leider te ontmoeten. Terwijl ze al bukkend een voor een binnenkwamen, zei Amin tegen hen: ‘If even these Europeans bow for me, I must be the conqueror of the British Empire!’

African time

Vandaag organiseert Heifer International, die verantwoordelijk is voor de implementatie van het Uganda Domestic Biogas Programme, een stakeholder-meeting om het programma bij lokale autoriteiten, CBO’s (community based organisations) en NGO’s in dit district bekend te maken.
9.00: Aanvangstijd, althans, volgens de uitnodiging. In het zaaltje voor de bijeenkomst is nog niemand te zien. In de lobby van het hotel blijken de organisatoren nog aan het ontbijt te zitten.
9.33: Drie aanwezigen in een verder lege zaal: een van de organisatoren, ik, en een van de participanten
10.00: Een uur na de officiële begintijd zijn 15 van de verwachte 45 aanwezigen present. De elektriciteit van het zaaltje wordt na enig aandringen aangezet door het hotelpersoneel. Een van de peertjes in het rieten plafond gaat aan. De stopcontacten, waar de beamer op aangesloten moet worden, doen het nog niet.
10.18 Iemand die net is binnengekomen wordt gevraagd de halve zaal in het gebed voor te gaan
10.22 Op de smoezelige muur wordt het Windows bureaublad zichtbaar; met hulp van een paar verlengsnoeren is nu ook de projector actief.
10.40 Elke participant staat een voor een op en stelt zich voor aan de zaal, gevolgd door een gedempt applaus. Een district-politicus steekt een openingsspeech af.
10.50 Tijdens de speech zijn nog tien extra mensen binnengekomen; een voor een stellen ook zij zich voor.
11.00 De politicus opent de bijeenkomst officieel. Het programma begint, twee uur na de officiële aanvangstijd, met een vrijwel volle zaal. Een stuk of acht zijn er nog niet, meldt een dame van het lokale Heifer-kantoor me vrolijk. Ze heeft goede hoop dat de anderen nog komen.

Opmerkelijke verzoeken

Een jongen vraagt me of ik wat foto’s van zijn schaarsgeklede bovenlijf mee naar Nederland kan nemen ‘for a European girl to settle down with’.

Eliyah, mijn tolk, vraagt of ik hem kan helpen een NGO te vinden, die de community based organisation (CBO) die hij een paar dorpen verderop wil oprichten, kan ondersteunen. Hij wil een school bouwen, landbouwmethodes verbeteren .

Een man, die me op de biogas stakeholder-meeting aanspreekt, vraagt me of ik hem kan koppelen aan een Nederlandse organisatie, die hem kan helpen om het HIV/AIDS probleem in zijn dorp aan te pakken. Hij denkt dat voorlichtingscampagnes voor zijn nauwelijks opgeleide buren veel zouden helpen.

Een man, die voor het kadaster stukken land opmeet, vraagt me of ik kan organiseren dat hij in Nederland kan komen studeren.

Julius, een man aan het hoofd van een extended family van twintig man, wil op een ongebruikt stuk land een resort bouwen voor rijke Europeanen die vanuit hun kamer een fanmtastisch uitzicht hebben over het national park.

Bruno Chelibei, een van de boeren die ik voor mijn onderzoek heb geïnterviewd, vraagt me of ik hem kan helpen investeerders te vinden voor zijn te bouwen Mt. Elgon Eco Lodge: en uit lokale materialen opgetrokken resort, met lokale energie (biogas & zonnepanelen), lokaal water (regenwatertanks) en een menu met uitsluitend lokale, biologische producten.
Vanuit zijn stuk land wil hij wandeltochten naar de nabij gelegen watervallen en grotten organiseren. Ook wil hij mensen klimtochten naar de top van Mt. Elgon aanbieden en partners zoeken om abseilen, wildwatertochten, boomtop-routes en rotsklimmen mogelijk te maken.

Een compilatie van de plaatjes die investeerders moeten gaan aantrekken:
















Iemand interesse? Bruno zegt het voor 15 miljoen UGX (4500 euro) te kunnen doen!

Saturday, June 04, 2011

Aids, monogamie en 'the sexual network'

Terwijl ik hier in Kapchorwa (vaker geen electriciteit dan wel) op het door een ronkende generator draaiende internet surf, laten een paar lokale vrijwilligers honderden 'abstinence commitment cards' afdrukken: kaartjes, die jongeren hier in hun portemonnee kunnen stoppen, om zichzelf aan hun belofte te houden niet met sex te beginnen voor het huwelijk.

Het kaartjes-project wordt gesponsord door US-AID, een van de grootste NGO's op het gebied van HIV-bestrijding in Uganda. Sinds jaar en dag wordt AIDS in Uganda bestreden met campagnes die onthouding en monogamie promoten. Het aantal mensen met HIV is sinds 1994 gedaald van 18 % van de bevolking tot iets wat schommelt tussen de 5 en 7 %.

De commitment-kaartjes doen me denken aan de enorme billboards die je in Kampala aan de kant van de weg vindt. Erop prijkt een grote foto van een gelukkig stel met een kind op de bank, kijkend naar een goedkope Western. 'Get off the sexual network. Spend more time with your family and live the good life!' is de begeleidende tekst.

Op het internet vind ik dat die billboards onderdeel zijn van een vijf jaar durende campagne, die de Ugandese middenklasse er van moet weerhouden om naast hun vaste partner er verschillende andere langdurige sexpartners op na te houden. Er is ook een flyer:

De campagne blijkt vooralsnog niet al te veel effect te sorteren, aangezien Uganda een eeuwenlange geschiedenis van polygamie heeft en hoewel steeds minder mannen meerdere vrouwen trouwen vinden de meesten het nog steeds veel de gewoonste zaak van de wereld om er naast hun vrouw nog een aantal andere partners op na houden.

Iets anders: promotie van condoomgebruik voor die jongeren die toch seks hebben voor het huwelijk hebben heeft voor US-AID niet echt prioriteit, lijkt het. Het wordt slechts geadviseerd als laatste redmiddel als het iemand niet lukt trouw of maagd te blijven.

Op het kantoor van SNV hangt een houten kastje met condooms aan de muur. Lijkt me toch een veiligere oplossing voor een probleem dat zo verweven is met de Ugandese cultuur, waarin het hebben van 'side-dishes' en meerdere partners eerder regel dan uitzondering is.